Skip to content

Instantly share code, notes, and snippets.

@r4hulp
Last active June 18, 2021 13:43
Show Gist options
  • Save r4hulp/ea180a2ab1c980863c8fe7c6d2ed8763 to your computer and use it in GitHub Desktop.
Save r4hulp/ea180a2ab1c980863c8fe7c6d2ed8763 to your computer and use it in GitHub Desktop.
Dutch Verbs
Infinitive simple past singular simple past plural past participle English
bakken bakte bakten gebakken to fry
bannen bande banden gebannen to ban
barsten barstte barstten gebarsten * to burst
bederven bedierf bedierven bedorven @ to rot
bedriegen bedroog bedrogen bedrogen to deceive
beginnen begon begonnen begonnen * to begin
behangen behing behingen behangen to wall-paper
bergen borg borgen geborgen to store
bevelen beval bevalen bevolen to order
bezwijken bezweek bezweken bezweken * to succumb
bidden bad baden gebeden to pray
bieden bood boden geboden to offer
bijten beet beten gebeten to bite
binden bond bonden gebonden to bind
blazen blies bliezen geblazen to blow
blijken bleek bleken gebleken * to appear
blijven bleef bleven gebleven * to stay
blinken blonk blonken geblonken to shine
braden braadde braadden gebraden to roast
breken brak braken gebroken @ to break
- aanbreken brak aan braken aan aangebroken * to break
brengen bracht brachten gebracht to bring
brouwen brouwde brouwden gebrouwen to brew
buigen boog bogen gebogen to bend
denken dacht dachten gedacht to think
dingen naar dong naar dongen naar gedongen naar to bid for
doen deed deden gedaan to do
dragen droeg droegen gedragen to carry
drijven dreef dreven gedreven to drive
dringen drong drongen gedrongen to push (a crowd)
- binnendringen drong binnen drongen binnen binnengedrongen * to penetrate
drinken dronk dronken gedronken to drink
- verdrinken verdronk verdronken verdronken * to drown
druipen droop dropen gedropen ! to drip
- afdruipen droop af dropen af afgedropen * to leave quietly after a failure or disappointment
duiken dook doken gedoken ! to dive
dwingen dwong dwongen gedwongen to force
eten at aten gegeten to eat
fluiten floot floten gefloten to whistle
gelden gold golden gegolden to be valid
gaan ging gingen gegaan * to go
genezen genas genazen genezen @ to heal
genieten (van) genoot (van) genoten (van) genoten (van) to enjoy
geven gaf gaven gegeven to give
gieten goot goten gegoten to pour
glijden gleed gleden gegleden ! to glide
glimmen glom glommen geglommen to glimmer
graven groef groeven gegraven to dig
grijpen greep grepen gegrepen to grab
hangen hing hingen gehangen to hang
heffen hief hieven geheven to raise
helpen hielp hielpen geholpen to help
heten heette heetten geheten to be called
hijsen hees hesen gehesen to hoist (sails
hoeven hoefde hoefden gehoeven to be necessary
houden hield hielden gehouden to hold
- ophouden hield op hielden op opgehouden * to stop
houwen houwde houwden gehouwen to hew
jagen joeg joegen gejaagd to hunt
kiezen koos kozen gekozen to choose
kijken naar keek naar keken naar gekeken naar to look at
klimmen klom klommen geklommen ! to climb
klinken klonk klonken geklonken to sound
kluiven kloof kloven gekloven to pick (a bone)
knijpen kneep knepen geknepen to pinch
kopen kocht kochten gekocht to buy
krijgen kreeg kregen gekregen to get
krimpen kromp krompen gekrompen * to shrink
kruipen kroop kropen gekropen ! to crawl
zich kwijten van kweet zich van kweten zich van zich gekweten van to acquit oneself of
lachen lachte lachten gelachen to laugh
laden laadde laadden geladen to load
laten liet lieten gelaten to let
lezen las lazen gelezen to read
liegen loog logen gelogen to (tell a) lie
liggen lag lagen gelegen to lie (on a bed)
lijden (aan) leed (aan) leden (aan) geleden (aan) to suffer
- overlijden overleed overleden overleden * to die
lijken op leek op leken op geleken op to resemble
lopen liep liepen gelopen ! to walk
- doorlopen liep door liepen door doorgelopen * to walk on
- doorlopen doorliep doorliepen doorlopen to browse through
- aflopen liep af liepen af afgelopen * to end
- mislopen liep mis liepen mis misgelopen * to miss out
malen maalde maalden gemalen to grind
melken molk molken gemolken to milk (a cow)
meten mat maten gemeten to measure
mijden meed meden gemeden to avoid
moeten moest moesten gemoeten to must
nemen nam namen genomen to take
nijgen neeg negen genegen to (make a bow
ontginnen ontgon ontgonnen ontgonnen to reclaim (land)
ontluiken ontlook ontloken ontloken * to open (flower
pluizen ploos plozen geplozen to fluff
prijzen prees prezen geprezen to praise
raden raadde raadden geraden go guess
-- verraden verried verrieden verraden to betray
rijden reed reden gereden ! to drive
rijgen reeg regen geregen to tack
rijten reet reten gereten to tear
rijzen rees rezen gerezen * to rise
roepen riep riepen geroepen to call
ruiken rook roken geroken to smell
scheiden scheidde scheidden gescheiden @ to divorce
schelden schold scholden gescholden to curse
schenden schond schonden geschonden to violate
schenken schonk schonken geschonken 1. to donate 2. to pour
scheppen shiep schiepen geschapen to create
scheren scheerde scheerden geschoren to shave
schieten schoot schoten geschoten to shoot
- doorschieten schoot door schoten door doorgeschoten * to overdo
schijnen scheen schenen 1. geschenen2. geschenen * 1. to shine2. to seem
verschijnen verscheen verschenen verschenen * to appear
schijten scheet scheten gescheten to shit (flat)
schrijven schreef schreven geschreven to write
schrikken schrok schrokken geschrokken * to be startled
-afschrikken schrikte af schrikten af afgeschrikt to scare
schuilen school scholen gescholen to shelter
schuiven schoof schoven geschoven ! to shove
slaan sloeg sloegen geslagen to hit
slapen sliep sliepen geslapen to sleep
slijpen sleep slepen geslepen to sharpen
slijten sleet sleten gesleten @ to wear out
slinken slonk slonken geslonken * to shrink
sluipen sloop slopen geslopen ! to sneak
sluiten sloot sloten gesloten @ to close
smelten smolt smolten gesmolten @ to melt
smijten smeet smeten gesmeten to throw
snijden sneed sneden gesneden to cut
snuiten snoot snoten gesnoten to snout
snuiven snoof snoven gesnoven to sniff
spannen spande spanden gespannen to strain
spijten speet speten gespeten to regret
spinnen spon sponnen gesponnen to twist
splijten spleet spleten gespleten @ to split
spreken sprak spraken gesproken to speak
springen sprong sprongen gesprongen ! to jump
spruiten sproot sproten gesproten * to sprout
spuiten spoot spoten gespoten to spout
staan stond stonden gestaan to stand
- ontstaan ontstond ontstonden ontstaan * to come to exist
steken stak staken gestoken to stab
- oversteken stak over staken over overgestoken * to stab
stelen stal stalen gestolen to steal
sterven stierf stierven gestorven * to die
stijgen steeg stegen gestegen * to rise
stijven steef steven gesteven to starch
stinken stonk stonken gestonken to stink
- er instinken stonk erin stonken erin er ingestonken * to be fooled
stoten stootte stootten gestoten to push
strijden streed streden gestreden to battle
strijken streek streken gestreken to iron (clothes)
neerstrijken streek neer streken neer neergestreken * to settle in a place
stuiven stoof stoven gestoven to cause dust to whirl
treden trad traden getreden ! to tread
- aftreden trad af traden af afgetreden * to resign
- binnentreden trad binnen traden binnen binnengetreden * to enter
- optreden trad op traden op opgetreden to perform
- optreden tegen trad op tegen traden op tegen opgetreden tegen * to stand up against
treffen trof troffen getroffen to hit (goal) to strike
trekken trok trokken getrokken ! to pull
- optrekken met trok op met trokken op met opgetrokken met * to travel with
- vertrekken vertrok vertrokken vertrokken * to leave
vallen viel vielen gevallen * to fall
vangen ving vingen gevangen to catch
varen voer voeren gevaren ! to fare
vechten vocht vochten gevochten to fight
verdrieten verdroot verdroten verdroten to grieve
verdwijnen verdween verdwenen verdwenen * to disappear
vergeten + vergat vergaten vergeten to forget
verliezen verloor verloren verloren to lose
vinden vond vonden gevonden to find
vlechten vlocht vlochten gevlochten to plait
vliegen vloog vlogen gevlogen ! to fly
vouwen vouwde vouwden gevouwen to fold
vragen vroeg vroegen gevraagd to ask
vreten vrat vraten gevreten to eat
vriezen vroor vroren gevroren to freeze ("it's freezing")
-bevriezen bevroor bevroren bevroren @ to freeze(n) (something)
vrijen vree / vrijde vreeën / vrijden gevreeën / gevrijd to make love
wassen waste wasten gewassen to wash
wegen woog wogen gewogen to weigh
werpen wierp wierpen geworpen to throw
werven wierf wierven geworven to recruit
weten wist wisten geweten to know
weven weefde weefden geweven to weave
wijken week weken geweken * to give way
wijten weet weten geweten to blame (something) on
wijzen (naar) wees (naar) wezen (naar) gewezen (naar) to point
winden wond wonden gewonden to wind
winnen won wonnen gewonnen to win
worden werd werden geworden to become
wrijven wreef wreven gewreven to rub
wringen wrong wrongen gewrongen to wring
zeggen zei zeiden gezegd to say
zenden zond zonden gezonden to send
zien zag zagen gezien to see
(neer)zijgen zeeg neer zegen neer neergezegen * to sink down
zingen zong zongen gezongen to sing
zinken zonk zonken gezonken * to sink
zinnen op zon op zonnen op gezonnen op to ponder
zitten zaten gezeten to sit
zoeken (naar) zocht (naar) zochten (naar) gezocht (naar) to seek
zuigen zoog zogen gezogen to suck
zuipen zoop zopen gezopen to booze
zwelgen zwolg zwolgen gezwolgen to revel
zwellen zwol zwollen gezwollen * to swell
zwemmen zwom zwommen gezwommen ! to swim
zweren zwoer zwoeren gezworen to swear (oath)
zwerven zwierf zwierven gezworven to wander
zwijgen zweeg zwegen gezwegen to be silent
Sign up for free to join this conversation on GitHub. Already have an account? Sign in to comment